Uitgesteld pensioen wordt op dezelfde wijze berekend als het Ambtenaren- of Ouderdomspensioen, Weduwen-/Weduwnaars- en/of Wezenpensioen. Alleen is er hier geen sprake van een doortelling (onvoltooide diensttijd) bij het vaststellen van het Weduwen-/Weduwnaarspensioen. Het pensioen wordt berekend over de werkelijk vervulde diensttijd.

Wat heeft men nodig indien iemand die met uitgesteld pensioen was zijn pensioen moet aanvragen ?

  1. In geval de bescheiden van betrokkene reeds opgestuurd waren door het ministerie, dan is er geen probleem. Zijn de bescheiden er niet, dan zal betrokkene eerst contact moeten maken met zijn laatste werkgever
  2. Legitimatiebewijs (ID-kaart/rijbewijs of paspoort)
  3. Uittreksel/bewijs van inschrijving (CBB)/Attestatie de vita buitenland (buitenlander)
  4. Bankafschrift/chequeboekje/stortingsbewijs (nodig voor het juiste rekeningnummer)
  5. Bankrekeningnummer moet van een in Suriname gevestigde bankinstelling zijn

WELVAARTVASTE AANPASSING VAN PENSIOENEN

Herwaardering van de pensioenen

In de memorie van antwoord van de Ambtenarenpensioenwet 1972 G.B. 1972 No. 150 stelt de Regering, dat

 “de in het ontwerp voorgestelde regeling beoogt de mogelijkheid te scheppen om bij het wegvallen van het arbeidsinkomen vanwege ouderdom, invaliditeit of overlijden, aan de ambtenaar of diens nabestaanden een inkomen te verschaffen middels toekenning van een pensioen, waarvan zij onder normale omstandigheden zullen kunnen leven op een niveau dat uit het arbeidsinkomen mogelijk was”.

Met de gedachte dat iemand die met pensioen gaat/is moet kunnen leven op een niveau dat nauw aansluit op de situatie van toen die nog in  dienst was, zijn er door de regering heel wat besluiten genomen om deze gedachte in de pensioenuitkering tot uitdrukking te kunnen brengen.

Hoewel  de Ambtenarenpensioenwet 1972 de mogelijkheid om reeds ingegane pensioenen te verhogen niet heeft,  zijn  er  door de regering een aantal beslissingen genomen om de pensioenen te verhogen middels toeslagen, om zodoende de koopkracht van de pensioenen enigszins in stand te houden.

Het  Staatsbesluit  van 19 Juli 1996 tot behoud van Koopkracht van pensioenen(Staatsbesluit Behoud koopkracht van pensioenen) S.B. 1996 No. 39 is ook een van de beslissingen met het oogmerk de koopkracht van de pensioenen in stand te houden. In dit Staatsbesluit  is gebruik gemaakt van de toeslagenfactoren.

Op de pensioenen die vóór 1 januari 1996 zijn ingegaan en de pensioenen die in dat jaar zijn toegekend en nog toegekend moesten worden werden toeslagen toegekend waarbij er gebruik werd gemaakt van het jaar van ingang van het pensioen berekend aan de hand van de werkelijk vervulde diensttijd en de middelsom van de berekeningsgrondslagen.

Bijvoorbeeld:
Jaar van pensionering  1972  had als toeslagfactor 47,96. Voor het jaar 1996 was  de gehanteerde toeslagfactor 0,87.

Vóór november 2001 was  het zo dat de gepensioneerden niet gelijk meegingen met de verhogingen die de ambtenaren kregen  en in de meeste gevallen ook niet evenredig. Vanaf november 2001 is dit wel het geval: vanaf dat moment gold dat als de actieve ambtenaren  een verhoging kregen van bijvoorbeeld 10%, deze verhoging te rekenen van dezelfde datum en hetzelfde percentage op het pensioen van de gepensioneerden die een pensioen genoten krachtens de Ambtenarenpensioenwet 1972 werd toegepast.

De meest recente beslissing die genomen is door de regering  om te kunnen  voldoen aan hetgeen is opgenomen in de Memorie van Toelichting op de Ambtenarenpensioenwet 1972 is in het “Staatsbesluit 22 december 2008”, Besluit Welvaartvaste pensioenuitkeringen S.B. 2008 No. 164 vastgelegd. Met  het Besluit Welvaartvaste pensioenuitkeringen heeft de regering geregeld dat zo gauw aan de actieve  ambtenaren een aanpassing op hun salaris kregen deze aanpassing ook moest doorwerken naar de gepensioneerde ambtenaar. Tevens is in dit besluit opgenomen dat indien er slechts een verhoging op het salaris aan een bepaalde groep ambtenaren wordt toegekend, bijvoorbeeld de politie, dat dit zou betekenen dat dezelfde verhoging ook van toepassing is op de gepensioneerde politie agenten.

Bij de uitvoering van het Staatsbesluit van 22 december 2008 (Besluit Welvaartvaste pensioenuitkeringen) is er een onderscheid gemaakt tussen de gepensioneerden die vóór 1 november 2001 met pensioen zijn gegaan en die gepensioneerden die na 31 oktober 2001 met pensioen zijn gegaan. Bij het Weduwen-/ Weduwnaars- en Wezenpensioen is bij de uitvoering ook uitgegaan van de ingang van de toekenning van het Weduwen-/ Weduwnaars- en Wezenpensioen.

De herwaardering van het pensioen van de gepensioneerden die vóór 1 november 2001 met pensioen zijn gegaan was te rekenen van 1 oktober 2008 en voor de gepensioneerden die na 31 – 10 - 2001 met pensioen zijn gegaan was de ingangsdatum 1 oktober 2009.

Conform het Besluit Welvaartvaste pensioenuitkeringen zal bij elke toekenning van een looncorrectie aan de ambtenaren en met hen gelijkgestelden, de pensioenuitkering met in achtneming van de functie, rang, inschaling en vervulde diensttijd worden aangepast.

Welvaartvaste aanpassing

Welvaartsvaste aanpassing houdt in dat de aanpassing plaatsvindt op basis van de ontwikkeling van de pensioengrondslag waarop het oorspronkelijk pensioen is berekend. De verhouding tussen de ingegane pensioenen en de salarissen van de in dienst zijnde werknemers is daardoor constant.