Het Weduwen-/Weduwnaarspensioen bedraagt 60% van het Ambtenarenpensioen. Iemand kan weduwe of weduwnaar zijn: 

  1. van een ambtenaar die in actieve dienst was
  2. van een gepensioneerde ambtenaar
  3. of van een ambtenaar die de dienst vroegtijdig met ontslag verliet en dus met uitgesteld pensioen was.

Wanneer een actief dienende ambtenaar komt te overlijden voordat die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, dan wordt voor de vaststelling van het pensioen aan de nabestaanden van de overledene de diensttijd doorgeteld tot het eind van de maand waarin hij/zij de leeftijd van 60 jaar zou hebben bereikt. Deze periode wordt “onvoltooide diensttijd” genoemd.

Bijvoorbeeld:

Bij de actief dienende ambtenaar die op 45 jarige leeftijd komt te overlijden vindt bij de berekening van het pensioen een doortelling plaats tot diens 60ste jaar.  De daadwerkelijk vervulde diensttijd wordt dan 60 - 45 = 15 jaar. Stel dat betrokkene  reeds 10 dienstjaren had vervuld, dan wordt daarbij opgeteld de onvoltooide diensttijd van 15 jaar en wordt het aantal dienstjaren 25. Bij een opbouw van 2% per jaar wordt dat 25 x 2% = 50%.

Voor de vaststelling van het pensioen wordt eerst het Ambtenarenpensioen berekend. Stel dat de middelsom in dit geval Srd. 24.198,00 is, dan wordt gecalculeerd: 50% van Srd. 24.198,00 = Srd. 12.099,00 per jaar. Maandelijks wordt het uit te keren pensioen bruto Srd.1.008,25.Het Weduwen-/Weduwnaarspensioen is zoals eerder aangegeven gelijk aan 60% van het Ambtenarenpensioen, hetgeen betekent dat  het Weduwen- en Weduwnaarspensioen  in dit geval zal bedragen 60% van Srd. 12.099,00 = bruto Srd. 7.259,40 per jaar of bruto Srd. 604,95 per maand.

Treedt de weduwe/weduwnaar wiens pensioen met onvoltooide diensttijd is berekend weer in het huwelijk, dan verliest hij/zij het recht op het Weduwen-/Weduwnaarspensioen niet, maar de onvoltooide diensttijd komt wel te vervallen. Het pensioen zal aan de hand van de werkelijk door de overleden ambtenaar vervulde diensttijd worden herberekend.

Bijvoorbeeld:

In het eerder gegeven voorbeeld is er sprake van onvoltooide diensttijd. Die onvoltooide diensttijd was 15 jaar. Bij het wederom in het huwelijk treden van de weduwe/weduwnaar zal het pensioen berekend worden op basis van de werkelijk vervulde diensttijd, in deze 10 jaar.

De calculatie wordt dan:

  • (10 x 2%) x Srd. 24.198,00 = Srd. 4.839,60 per jaar
  • Het Weduwen- en Weduwnaarspensioen zal in dit geval bedragen:
    • 60% van Srd. 4.839,60 = Srd. 2.903,76 per jaar oftewel bruto Srd. 241,98 per maand.

TER VERDUIDELIJKING

Alvorens over te gaan tot de uiteenzetting van het Wezenpensioen moet met betrekking tot het Weduwen-/ Weduwnaarspensioen aangegeven worden dat iemand die een Weduwen-/Weduwnaarspensioen geniet en hertrouwd  geen rechten (pensioen) kan overdragen aan degene met wie hij/zij in het huwelijk treedt.

Bijvoorbeeld:

  • Meneer WIDOWER was getrouwd met mevrouw BEAUTY die is komen te overlijden. Meneer WIDOWER hertrouwd met mevrouw LONELY. Meneer WIDOWER is in het genot van een Weduwnaarspensioen. Komt meneer WIDOWER te overlijden, dan stopt het Weduwnaarspensioen terstond, aangezien meneer WIDOWER niet zelf de pensioengeldige diensttijd heeft opgebouwd maar zijn overleden echtgenote, mevrouw BEAUTY. Mevrouw WIDOWER-LONELY, zijn nieuwe echtgenote, zal geen verzoek kunnen doen om een Weduwenpensioen te kunnen ontvangen aan de hand van het Weduwnaarspensioen van haar overleden man, wijlen meneer WIDOWER.
  • Indien meneer WIDOWER – zelf ambtenaar - hertrouwd vóór zijn ontslag en vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en komt te overlijden, dan kan mevrouw WIDOWER-LONELY – nu weduwe van meneer WIDOWER - wél een Weduwenpensioen aanvragen, aangezien meneer WIDOWER zelf de pensioengeldige diensttijd heeft opgebouwd.
    Als  er uit het vorig huwelijk van meneer WIDOWER (met mevrouw BEAUTY) wezen zijn die een Wezenpensioen genieten, zal dit Wezenpensioen doorlopen tot het moment dat deze wezen de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben (meerderjarig geworden zijn). In dit geval zal het Wezenpensioen worden berekend aan de hand van de door meneer WIDOWER vervulde pensioengeldige diensttijd, zoals eerder aangegeven hierboven.

Om het begrip “vóór het ontslag” te verduidelijken moge het volgende dienen: indien meneer WIDOWER eigendiensttijd opbouwt, maar met ontslag gaat vόόr hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, zal dat betekenen dat hij met Uitgesteld pensioen is en dus pas bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar aanspraak kan maken op een pensioen. Neemt meneer WIDOWER ontslag voor hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en trouwt met mevrouw LONELY, dan zal mevrouw WIDOWER-LONELY bij zijn overlijden - aangezien hij nog geen 60 jaar oud was -  geen aanspraak kunnen maken op een Weduwenpensioen. Als mevrouw WIDOWER-LONELY aanspraak wil maken op een Weduwenpensioen en als meneer WIDOWER dit voor haar wil veiligstellen, dan zullen meneer WIDOWER en mevrouw LONELY dus in het huwelijk moeten treden vóór meneer WIDOWER met ontslag gaat.

In de Ambtenarenpensioenwet 1972 is de toekenning van een Weduwen-/Weduwnaarspensioen aan de concubine/ concubaan nog niet opgenomen. Indien er, zoals eerder aangehaald, uit het vorig  huwelijk van meneer WIDOWER met mevrouw BEAUTY wezen waren, dan zullen deze wezen een dubbel Wezenpensioen genieten:

  1. een Wezenpensioen van hun moeder, mevrouw BEAUTY, die eerder  overleden was;
  2. en een Wezenpensioen van hun vader, meneer  WIDOWER.

Indien er binnen het huwelijk tussen mevrouw LONELY en meneer WIDOWER voor het overlijden van meneer WIDOWER ook kinderen geboren worden die nog minderjarig zijn, dan maken deze kinderen ook aanspraak op Wezenpensioen, maar dan alleen van hun vader, meneer WIDOWER