Na het overlijden van een ambtenaar, gewezen ambtenaar of gepensioneerde ambtenaar hebben recht op een Wezenpensioen:

  • de minderjarige wettige, gewettigde- of erkende kinderen
  • de minderjarige natuurlijke niet erkende kinderen (mannelijke ambtenaar) waarvan ten tijde van zijn overlijden krachtens de wet bij rechterlijk vonnis of door hem bij authentieke akte onderhoudsplicht was erkend.

Dit kan zich voordoen bij mannelijke ambtenaren. Bij wettige, gewettigde kinderen is het natuurlijk van belang  dat het huwelijk waaraan zij hun staat ontlenen is gesloten op een zodanig tijdstip, dat indien er een weduwe is of was zij ook aanspraak zal of zou maken op een Weduwenpensioen.

Bijvoorbeeld:

Indien meneer WIDOWER trouwt met mevrouw LONELY en er tijdens het huwelijk kinderen geboren worden, maar hij zelf geen pensioengeldige diensttijd had opgebouwd bij de overheid, dan zullen noch deze kinderen noch hun moeder (weduwe WIDOWER-LONELY) aanspraak maken op een Wezen- of Weduwenpensioen. Dit zal ook het geval zijn indien de kinderen geboren worden na het ontslag van degene die pensioen opbouwde bij de overheid, in het voorbeeld Meneer WIDOWER.

Dit zal eveneens het geval zijn als meneer WIDOWER hertrouwd nadat hij met pensioen gaat en de kinderen worden geboren in deze periode. Bij zijn overlijden maken de kinderen dus geen aanspraak op een Wezenpensioen.

Voor de toepassing van de pensioenwet worden de wezen in de praktijk onderscheiden in halve wezen en volle wezen. Indien de moeder of de vader van de kinderen aan het overlijden van de ambtenaar, gewezen ambtenaar of gepensioneerde ambtenaar recht op een pensioen heeft, dan is er sprake van een halve wees (zowel een weduwe/weduwnaar alsook wezen). Als er geen weduwe of weduwnaar is, maar alleen kinderen die recht hebben op een Wezenpensioen, is er sprake van volle wezen.

Wat als meneer WIDOWER niet trouwt met mevrouw LONELY maar wel samen gaat wonen met haar (concubinaatsverhouding) en uit die relatie  kinderen geboren worden? Indien meneer WIDOWER die kinderen erkend en deze kinderen geboren zijn  op een tijdstip waarop wel recht zou voortvloeien voor een eventuele weduwe in deze relatie, dan zal er in dit geval sprake zijn van volle wezen. Volle wezen, omdat in deze relatie de “weduwe” – lees  concubine - van meneer WIDOWER (mevrouw LONELY) geen aanspraak zal maken op een pensioen. De kinderen wel en in dit geval worden ze dan gezien als volle wezen.

Minderjarige kinderen (wezen) die na het ontslag van de ambtenaar geboren en/of gewettigd of erkend zijn hebben geen recht op Wezenpensioen.

UITZONDERING

Een uitzondering wordt gemaakt indien de echtgenoot (overledene) recht had op een invaliditeitspensioen of de echtgenoten reeds voor het ontslag met elkaar gehuwd waren geweest en mits het huwelijk was gesloten vóór de echtgenoot de zestigjarige leeftijd had bereikt.

Het Wezenpensioen wordt afgeleid van het Weduwen-/ Weduwnaarspensioen en bedraagt voor de halve wezen één zesde deel (1/6) van het pensioen van de weduwe of weduwnaar. Voor de volle wezen is dit gesteld op twee zesde (2/6) deel van het pensioen van de weduwe of weduwnaar. 

Overlijdt de weduwe of weduwnaar, dan wordt het Wezenpensioen (halve wezen) in deze verhoogd tot 2/6-deel van het bedrag waar het van is afgeleid. Hertrouwt de weduwe of weduwnaar, dan wordt het Wezenpensioen verhoogd met het verschil tussen het Weduwenpensioen vόόr haar tweede huwelijk en dat wat het geworden is bij hertrouwen. Indien er sprake was van een onvoltooide diensttijd (doortelling) zal dat bij hertrouwen namelijk vervallen.

 

Het Wezenpensioen eindigt door:

  1. overlijden van de wees
  2. het bereiken van meerderjarigheid (21 jaar)
  3. in het huwelijk treden.

Bijvoorbeeld:

Stel dat een ambtenaar die geboren is op 31 maart 1958 en met een bewezen diensttijd van 4 jaar/9 maanden op 1 januari 1983 komt te overlijden. Deze laat een weduwe en drie wezen  achter. In het jaar 2018 zou deze ambtenaar de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt.

  • Middelsom Srd. 15.000,00 (het Weduwenpensioen wordt afgeleid van het Ambtenarenpensioen)
  • Werkelijk vervulde diensttijd 4 jaar + 9 maanden: hier wordt doorgeteld tot het eind van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar zou hebben bereikt. Op 31 maart 2018, de maand waarin deze 60 jaar zou worden, zou de ambtenaar 40 dienstjaren kunnen hebben opgebouwd
  • 35 jaar – (4 jaar + 9 maanden) = 30 jaar + 3 maanden onvoltooide diensttijd;
  • Het maximum aantal dienstjaren waarover iemand pensioen kan ontvangen is 35 (35 x 2% = 70%)
  • Het Ambtenarenpensioen bedraagt 70% van Srd. 15.000,00 = Srd. 10.500,00 per jaar en bruto Srd. 875,00 per maand
  • Het Weduwenpensioen is 60% van Srd. 10.500,00 = Srd. 6.300,00 per jaar en bruto Srd. 525,00 per maand
  • Het Wezenpensioen, de wezen krijgen elk één zesde (1/6) van het pensioen van de moeder, is dan gelijk aan drie zesde (3/6)van Srd. 6.300,00 = Srd. 3.150,00 per jaar of bruto Srd. 262.50 per maand
  • Bij hertrouwen van de weduwe zal het pensioen herberekend worden, maar dan aan de hand van 4 jaar + 9 maanden

Stel dat de ambtenaar slechts twee wezen heeft en geen weduwe, dan zou deze berekening alsvolgt worden vastgesteld:

  • Weduwenpensioen 60% van Srd. 10.500,00 = Srd. 6.300,00
  • Voor elk van de wezen  twee zesde (2/6)van het Weduwenpensioen, dus gelijk aan vier zesde (4/6) x Srd. 6.300,00 = Srd. 4.200,00 per jaar of bruto Srd. 350,00 per maand per wees.

VEREISTEN VOOR HET AANVRAGEN VAN PENSIOENEN

Voor alle pensioenen dient er een verzoek gericht te worden aan de directie van het Pensioenfonds Suriname.

 

  1. Weduwen-/Weduwnaarspensioen actieve ambtenaar
     
    1. Legitimatiebewijs (weduwe/weduwnaar)
    2. Familieboekje
    3. Overlijdensakte
    4. Bankafschrift/chequeboekje/stortingsbewijs (weduwe/ weduwnaar) nodig om het juiste rekeningnummer van belanghebbende op te kunnen nemen
    5. Salarisslips (2): recente loonslip en een over het jaar van pensioneren

  2. Wezenpensioen actieve ambtenaar

    1. Voogdijverklaring (bij het overlijden van de moeder)
    2. Familieboekje (overledene)
    3. Stamboom
    4. Salarisslips (2): recente loonslip en een over het jaar van pensioneren
    5. Legitimatiebewijs (van voogd/moeder)
    6. Bankafschrift/chequeboekje (van voogd/moeder)

  3. Weduwen-/Weduwnaarspensioen gepensioneerde

    1. Familieboekje/stamboom (overledene)
    2. Overlijdensakte
    3. Legitimatiebewijs (weduwe/weduwnaar)
    4. Bankafschrift/chequeboekje (weduwe/weduwnaar)

  4. Wezenpensioen gepensioneerde

    1. Familieboekje (overledene)
    2. Stamboom
    3. Legitimatiebewijs (van voogd/moeder)
    4. Bankafschrift/chequeboekje (van voogd/moeder)

  5. 2 maandenuitkering

    1. Familieboekje
    2. Stamboom (overledene)
    3. Overlijdensakte
    4. Kwitanties van de begrafenisondernemer
    5. Legitimatiebewijs van de drager van de kosten
    6. Bankafschrift/chequeboekje van de drager van de kosten

Indien een gepensioneerde ambtenaar die geen weduwe of wezen heeft komt te overlijden, wordt aan degene die de kosten voor de begrafenis van de overledene gedragen heeft een eenmalige uitkering toegekend (Smartengeld) tot een maximumbedrag van  2x het pensioen dat aan de overleden gepensioneerde ambtenaar per maand werd uitbetaald. De kwitanties van de gemaakte kosten bij de begrafenisondernemer dienen bij  het Pensioenfonds overgelegd te worden. Indien de uitgaven die gemaakt zijn minder zijn dan wat maximaal uitgekeerd kan worden, worden slechts de werkelijk gemaakte kosten uitbetaald. Indien de uitgaven die gemaakt zijn het pensioen over 2 maanden overschrijd, zal niet meer dan 2 maanden pensioen van de overledene worden uitbetaald. Deze uitkering zal niet worden verstrekt als er sprake is van het overlijden van een weduwe of weduwnaar die zelf geen pensioen had opgebouwd.